dinsdag, augustus 4th, 2009...12:14

Was it worth it?

Jump to Comments

Je wordt wakker als een dunne straal bleek zonlicht al uren door een kier in de gordijnen op je gezicht schijnt. Je hoest, hebt hoofdpijn. Grommend richt je jezelf op en staart naar de halfvolle fles Jack Daniels op het nachtkastje, een leeg glas ernaast. Een man op jouw leeftijd zou op een doordeweekse dag geen kater moeten hebben. Dat weet jij ook wel. Je vrienden in de kerk weten het ook, maar ze zeggen niets. Zij respecteren je, hebben begrip voor je. Zij wel.

door Jan-Albert Hootsen

Je schuifelt hoestend naar de keuken, maakt voor jezelf wat koffie en zet de televisie aan. Geen honkbal, geen football, jammer. Je pakt een mok en staart naar buiten. Binnen heerst een stil schemerdonker, het land er om je huis heen puft in een verzengende hitte. Alles voelt als stof. Je bent alleen. Je vrouw is bij vrienden, je kinderen God weet waar.

Als je in stilte je ontbijt hebt gegeten, loopt je naar boven en fris je jezelf een beetje op. Je kijkt in de spiegel en schrikt. Zoals je elke dag schrikt. Je bent grijs en oud. Lubberige, glazige blik. Een gekreukt t-shirt om je steeds dikkere torso.

Wat is erger? Dat je vergeten wordt, of door de hele wereld als een boze herinnering wordt gezien? Dat je anoniem sterft, of academici over elkaar heen rollen om te bepalen of je de slechtste of op één na slechtste ooit in je vak bent geweest? Je tuurt naar je spiegelbeeld en vraagt jezelf af hoe je zo snel hebt kunnen veranderen. Ooit was je de man waar alle kritiek als water vanaf gleed. Maar nu, ontdaan van je macht, voel je het lood van het verleden op je borst.

Niet dat je vijanden je wat interesseren. Je hebt je hele leven tegen de bierkaai gevochten, dus wat kan het jou schelen wat een stel elitaire krijtstrepen van je vinden? Maar je vrienden! Vrienden… Hoeveel vrienden heb je eigenlijk gehad? Wie is er nog over, nu change het land verzwolgen heeft? Stiekem mogen ze je wel in de Partij, en zouden ze je het liefst bij ieder congres willen hebben. Maar je weet ook wel dat ze je niet kunnen ontvangen, laat staan spreken. Je bent besmet. Alsof je de fucking spic flu hebt. Je schaadt ze, en de Partij gaat boven jou. Dat weet je. Politiek, nietwaar?

Je wordt nauwelijks nog in de kranten of op televisie genoemd. Ja, als je opvolger iets zegt. Dan ben je het boze verleden dat hij zo snel mogelijk in de vergeetput moet kieperen. Je bent de negatieve standaard. Zolang ze maar niet doen wat jij hebt gedaan, dan is het goed. Als ze het niet anders doen dan jij, is het een teleurstelling. Het gaat er niet eens meer om of je wel of niet goed hebt gedaan. 

Dáárom hou je je stil. Je wilt niemand tot last zijn, niemand beschamen. Daarom ook werk je aan je boek. Dan kan je een paar jaar verdwijnen, terwijl je opvolger in de arena de leeuwen bevecht. Volgend jaar, als de euforie over hem helemaal weg is en jij zo goed als vergeten bent, duik je weer op. Ja, dat is het beste. Je bent Bill niet. Bill kon gelijk verder, kreeg mooie baantjes, iedereen wilde hem zien. Jij niet. Niemand wil jou zien. Jou willen ze slechts vergeten.

Op het internet circuleren filmpjes over je. Er is er eentje die je van je stuk bracht. Beelden van een televisiedebat, lang geleden, toen je nog een kleine man was die gouverneur wilde worden. Je was een goed spreker en scherp debater. Je was to the point, overvleugelde je tegenstander met inhoudelijke argumenten. Je werd terecht gekozen.

Dan dat andere filmpje, een paar jaar geleden. Je was al president en beantwoordde vragen aan de pers. Je hakkelde, stamelde, kwam niet uit je woorden, draaide om de hete brij heen. Je leek je gedachten niet op een rijtje te hebben. Het filmpje eindigde met de aanname dat het verschil tussen toen en nu alleen verklaard kan worden doordat je seniel bent aan het worden.

Is dat wat je geworden bent? Een seniele oude man, in zijn eentje Jack Daniels nippend in een stoffige oude ranch, terwijl de ene helft van het land je haat en de andere helft zich voor je schaamt?

Je staart naar buiten, naar de stoffige hitte. Jouw stoffige hitte. Je schenkt maar weer een glas in, terwijl die ene vraag als een poel drijfzand aan je gemoed sleurt.

Was it really worth it?

Leave a Reply