woensdag, september 2nd, 2009...23:56
Hobbels op de weg voor latijnsamerikaanse pers
De persvrijheid in Latijns-Amerika staat de laatste tijd weer onder druk . Niet dat journalisten massaal door dictatoriale regimes worden opgepakt, vermoord of simpelweg ‘verdwijnen’, zoals in het verleden. De manipulatie en het inperken van de bewgingsvrijheid van de media gaat tegenwoordig heel wat subtieler. Machthebbers schakelen met zachte hand oppositionele nieuwskanalen uit, media-tycoons kopen kranten en televisiestations op en rechters verbieden publicaties.
door Jan-Albert Hootsen
In Brazilië verbood een rechter onlangs de gezaghebbende krant O Estado de São Paulo nog langer in de kolommen senaatspresident José Sarny in verband met corruptie en nepotisme te brengen. In Venezuela werkt president Hugo Chávez onvermoeibaar aan een steeds verder uitdijend pakket wetten om oppositiegezinde media te beteugelen, onder andere door de licenties van meer dan tien radiostations in te trekken. De Boliviaanse president Evo Morales heeft al de oorlog verklaard aan de media door ze een ‘vijand van de regering’ te noemen. En Daniel Ortega, voormalig Sandinist en president van Nicaragua noemde private media ‘door de CIA-gesponsorde kinderen van Goebbels. Toe maar.
Drugsoorlog
En dan is er nog de situatie in Mexico, waar de meeste media in het noorden van het land zich niet eens meer wagen aan publicaties over de drugsoorlog. Onderzoeksjournalistiek naar de drugshandel is een zaak van leven of dood, zoals het tijdschrift Zeta in Tijuana al jaren aan den lijve ondervindt: twee redacteuren, waaronder één der mede-oprichters, zijn door moordcommando’s van de drugskartels vermoord. Vele aanslagen, zelfs met granaatwerpers, zijn er op de redactie gepleegd. Sinds 2000 zijn er in Mexico zelfs meer dan vijftig journalisten vermoord, meestal vanwege onderzoek naar de drugshandel.
Genoemde druk op de media is een trendbreuk, aangezien veel Latijnsamerikaanse landen de afgelopen jaren juist steeds meer vrijheid kregen. Waar in de jaren zeventig talloze militaire juntas nog een moorddadige heksenjacht op onafhankelijke journalisten voerden, zijn er met name sinds begin deze eeuw in landen als Mexico, Brazilië, Argentinië en Chili wetsvoorstellen opgesteld dan wel goedgekeurd die burgers meer toegang tot informatie geven, terwijl de geleidelijke democratisering sinds de jaren tachtig vrijheid van meningsuiting en drukpers steeds meer de regel maakten.
Houdbare meningsuiting
Door de komst van de gestaalde linkse regimes van Morales in Bolivia, Correa in Ecuador en Chávez in Venezuela zien media in die landen plotseling weer de staat tegenover zich als grimmige tegenstanders. De escalatie van de drugsoorlog in Mexico en Guatemala maakt misdaadjournalistiek in die landen een gevaarlijke bezigheid.
Toch is er nog geen reden voor paniek, stelt Human Rights Watch. In de New York Times van 30 augustus gaf José Miguel Vivanco, de directeur van HRW in Latijns-Amerika, nog aan dat ondanks alles vrijheid van meningsuiting de afgelopen tien jaar een steeds houdbaarder fenomeen is geworden in de regio. Er is nog maar één land over waar persvrijheid daadwerkelijk niets voorstelt: Cuba. En met een steeds bejaarder regime is het best mogelijk dat de greep op de pers ook daar binnen nu en een decennium gaat versoepelen.
Wat is er dan te doen aan de problematiek in landen als Venezuela, Bolivia en Mexico? Waarschijnlijk is het een kwestie van wachten. Wachten op regime change door verkiezingen, en wachten op een de-escalatie van de drugsoorlog.
Leave a Reply