dinsdag, april 27th, 2010...19:13

Drugsstad met een imagoprobleem

Jump to Comments

sinaloaCuliacán, hoofdstad van de noord-Mexicaanse deelstaat Sinaloa. De stad staat internationaal vooral bekend als doorvoerplaats van cocaïne, hoofdkwartier van het gevreesde Sinaloa-Kartel en één van de gewelddadigste steden van Mexico. Dat moet wel een verschrikkelijke plek zijn om rond te lopen, nietwaar? Of is deze stad het slachtoffer van een waterval aan slechte pers? Welnu, ik neem de proef op de som en verblijf tot vrijdag in Mexico’s cocaine capital. En iedere dag schrijf ik er een blog over. Wat is de realiteit van Culiacán?

door Jan-Albert Hootsen

Een vriend en collega journalist in Mexico Stad noemde me grappend Jan-Danger. Mijn schoonmoeder zei dat ze voor mijn veiligheid zou bidden. En de meeste andere mensen in Mexico Stad die ik vertelde dat ik zou gaan zeiden dat ik niet goed wijs was. Zelfs vanuit Nederland kreeg ik bezorgde reacties. Waarom? Ik had aangekondigd naar Culiacán te gaan, de hoofdstad van deelstaat Sinaloa, in Noord-Mexico.

catedral-de-culiacan-mexicoCuliacán, Sinaloa. Voor wie enige kennis van Mexico heeft en er niet zelf vandaan komt, wekken de namen rillingen op. De ruige staat aan de kust van de Golf van Californië is immers het thuisland van het drugskartel waaraan het zijn naam heeft verleend: het Sinaloa Kartel, één van de machtigste criminele organisaties van Mexico en de wereld. Een drugsbende is het al lang niet meer. Het is een enorme kapitaalkrachtige operatie met duizenden leden, variërend van witwassers van geld, drugs- en mensenhandelaren tot zwaar gewapende sicarios (huumoordenaars), die een privéleger vormen dat gemakkelijk het Mexicaanse leger kan uitdagen. De drie grote leiders van het kartel, Ismael ‘El Mayo’ Zambada, Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán en Ignacio ‘Nacho’ Coronel, behoren tot de meest gezochte criminelen ter wereld.

223879Cocaine capital

Culiacán is de hoofdstad van Sinaloa en heeft een al even griezelige reputatie. De stad met 600.000 inwoners geldt als de ‘cocaïne-hoofdstad’ van Mexico en heeft één van de hoogste moordcijfers van het land. Sinaloa heeft een decennialange traditie van drugshandel, maar het geweld van de laatste jaren was zelfs voor Culiacán nieuw.

Samen met Ciudad Juárez, dat met wat overdrijving het Stalingrad van de drugsoorlog genoemd zou kunnen worden, en de geteisterde smokkelstad Tijuana vormt Culiacán de voornaamste brandhaard van de sinds 2006 woekerende drugsoorlog. In dat jaar kondigde de pas gekozen Mexicaanse president Felipe Calderón de militarisering van de strijd tegen de georganiseerde misdaad aan. Bijna 50.000 militairen werden ingezet, een plotselinge golf van geweld overspoelde vooral het noorden van het land. Volgens de Mexicaanse regering zijn sindsdien bijna 23.000 mensen in de drugsoorlog omgekomen, al zouden het er ook veel meer kunnen zijn. Officiële informatie is in Mexico veelal onbetrouwbaar.

Mediterrane provinciestad

Opmerkelijk genoeg valt daar in het centrum van Culiacán allemaal weinig van te merken. In Tijuana, waar ik enkele maanden geleden was, was de angst en spanning op straat soms voelbaar. Ik kreeg er het idee dat het gevaar overal op de loer lag, ook al viel dat in de praktijk heel erg mee. In de buitenwijken van Acapulco waren de kogelgaten nog zichtbaar en durfde niemand iets te vertellen over de recente schietpartijen. Culiacán daarentegen wekt de kalme indruk van een mediterrane provinciestad. Terwijl ik koffie drink op het terras van een koffiehuis in een koloniaal gebouw met zicht over het centrale plein, is de sfeer aangenaam. Het is warm, de mensen loom, kinderen spelen in de fonteintjes, mannen met cowboyhoeden hangen achterover op bankjes. Niets aan de hand, zo lijkt het.

4143676-Kiosco_en_Plaza_Obregon-CuliacanDie indruk wordt bevestigd door Jacobo Sevilla, zakenman en voorzitter van het lokale Comité voor Economische Ontwikkeling. Hij werkt momenteel aan Isla Cortés, een nieuw toeristisch resort aan de kust van Sinaloa en heeft grote plannen voor de toekomst. “We willen van de kust van Sinaloa een nieuwe rivièra maken, samen met Baja California. Dit is een staat met geweldige mogelijkheden: we hebben een heerlijk klimaat. Het moet een Mekka voor buitenlanders worden.” Allemaal goed en wel, maar hoe zit het dan met de georganiseerde misdaad? Het geweld? Is Culiacán niet veel te gevaarlijk om zaken te doen? Sevilla: “Nee, zeker niet. Culiacán heeft vooral een imagoprobleem. Kijk, er gebeurt hier natuurlijk van alles, we kunnen niet om de moorden heen. Maar het zijn leden van de kartels die elkaar onderling aanvallen. Als gewone burgers merken we er weinig van.”

villasylagocu8Goed imago

Wel heeft het enig effect op zijn zaken, maar niet in de  zin dat hij veel steekpenningen moet betalen aan de door en door corruptie lokale overheid of de kartels hem en zijn compagnons afpersen, stelt hij. “Het grootste probleem dat we hebben is het slechte imago dat Sinaloa heeft. Isla Cortés bouwen we vooral voor buitenlandse toeristen, maar vooralsnog is het grootste deel van onze clientèle Mexicaans. Maar dat is eigenlijk het enige. Ik ben dankbaar dat ik in Culiacán woon. Dit is een prachtige stad met een geweldig klimaat en fijne, hardwerkende mensen.”

Nu is Sevilla natuurlijk een zakenman die gebaat is bij een goed imago van zijn stad, dus het zou niet verwonderlijk zijn als hij de waarheid een beetje verdraait ten bate van zijn bouwproject. Ik besluit het Rode Kruis op te zoeken. De medewerkers van de hulporganisatie zitten een stuk dichter op de georganiseerde criminaliteit dan de rijke makelaar Sevilla. Twee maanden geleden nog werd een ambulancemedewerkster van het Rode Kruis geraakt door een verdwaalde kogel in een schietpartij tussen drugsbendes, waarna de organisatie zelfs enkele dagen het werk neerlegde, uit angst voor nog meer geweld tegen medewerkers.

Fijne, rustige stad

“Je kan merken dat je uit Mexico Stad komt,” lacht Alejandro Aragón als hij mijn hand schudt. Hij wijst naar het heuptasje onder mijn shirt. “Iedereen loopt daar rond alsof ze ieder moment bestolen kunnen worden. Heb je hier helemaal niet nodig, man!” Aragón is administratief medewerker
bij het Rode Kruis in Culiacán. Hij ziet er niet uit als een man
die met angst in zijn lijf door de straten van de stad loopt. “Het is zeker zo dat er veel geweld is in de stad. Maar ik moet er wel bij zeggen dat ik daar als burger heel weinig van merk, en ook de incidenten waar het Rode Kruis bij betrokken was, waren in principe geïsoleerde incidenten. Het klinkt paradoxaal, maar dit is een fijne, rustige stad. De moorden gaan goeddeels langs ons heen. Ciudad Juárez is een apocalyptische stad, daar bepaalt geweld het dagelijks leven. Hier niet.”

Ook Aragón zegt dat Culiacán vooral een ‘imagoprobleem’ heeft. En zowel hij als Jacobo Sevilla zeggen (voorzichtig) dat de media hier debet aan zijn. Inderdaad is het zo dat de Mexicaanse kranten zich wat betreft Sinaloa vrijwel uitsluitend bezighouden met staistiekenberichtgeving: zoveel doden gevallen gisteren, zoveel vandaag. In de landelijke kranten heb ik, sinds ik in Mexico ben gearriveerd, welgeteld 0 berichten over Culiacán gezien die neutraal of goed nieuws bevatten. Niets over de ambitie van de staat om een toeristencentrum te worden, niets over de innovaties in de landbouw, over de booming onroerend goedmarkt. Ook de Amerikaanse media plaatsen Culiacán in een puur negatief daglicht.

Overdreven

En dat terwijl de drugsoorlog iets is wat buiten de realiteit van de burgers staat, lijkt het wel. Inderdaad voel ik me zelfs veiliger dan in Mexico Stad, waar het moordcuijfer juist veel lager ligt. Staat het imago van Culiacán dan zo ver van de werkelijkheid? Javier Valdéz, journalist van het lokale weekblad Rio Doce, nuanceert dat idee. “Het klopt dat de meeste mensen weinig meekrijgen van de drugsoorlog, maar je moet toch wel een beetje op je hoede zijn. Als je ’s avonds over de boulevard langs de rivier loopt, zie je hier overal jonkies rondlopen die bij de kartels zitten. Als je in de auto zit, denk je wel drie keer na voor je gaat toeteren tegen de auto voor je. Je weet nooit of het een sicario is, die vervolgens uitstapt en je een kogel door je hoofd jaagt.”

Is hij zelf dan bang? “Nee, ik leef hier rustig, ondanks het feit dat ik een relatief gevaarlijk beroep heb. Ik heb weinig last van het geweld. Het beeld dat van Culiacán wordt geschapen is overdreven, dit is eigenlijk een fijne stad om te wonen.” Malcolm Beith, die als correspondent van het Amerikaanse opinieblad Newsweek regelmatig in Culiacán komt, beaamt dat. “Nu ja, zolang de narcos niet te veel met elkaar vechten is Culiacán een prettige stad.”

Menselijk kapitaal

Zakenman Jacobo Sevilla dreunt nog even de statistieken op van de stad: “Vijf bedrijven met over het hele land meer dan 100.000 werknemers hebben hier hun hoofdkwartier. Er komen jaarlijks 7,2 miljoen bezoekers naar de stad om zaken te doen of gebruik te maken van de vele diensten van de stad. We zitten hier op 100 kilometer van toeristenparadijs Mazatlán en 100 kilometer van Los Michis, een andere belangrijke stad van de staat. Culiacán is een dynamische stad met heel veel menselijk kapitaal. Er is hier zoveel goeds te zien en te doen, drugs zouden niet het beeld van Culiacán en Sinaloa moeten bepalen.”

Na een uitputtende dag vol indrukken drink ik een biertje op een terrasje bij de kathedraal. Het verkeer schuifelt voorbij. Mensen flaneren ontspannen over het plein, kopen een ijsje, luisteren naar de muziek van een ranchero-gitarist. Ik realiseer me plotseling dat ik het erg naar mijn zin heb, hier in de cocaine capital van Mexico. Is dit nu het verschrikkelijke Culiacán? De duistere toren in het Mordor-achtige land dat Sinaloa volgens de media is? De werkelijkheid lijkt, in ieder geval in mijn eerst indrukken, weerbarstig.

1 Comment

Leave a Reply