dinsdag, mei 4th, 2010...03:47

Verslagen Pers: Falende Amerikaanse verslaggeving over Mexico

Jump to Comments

free_pressDe rubriek Verslagen Pers van vandaag is er een met een gekleurd randje: het is mijn honderdste blog sinds ik bijna een jaar geleden met El Pinche Holandés begon. Om dat te vieren ga ik, geheel in stijl, in een lange post mijn gal spuwen over de wijze waarop mijn collega’s uit de Verenigde Staten vakkundig Mexico in de internationale beeldvorming aan het slopen zijn. Door eenzijdige, luie, slordige en simplistische journalistiek.

door Jan-Albert Hootsen

Een week of twee geleden schreef ik al een blog waarin ik aangaf dat ik steeds vaker mijn twijfels begin te krijgen over de journalistieke correspondentie omtrent Mexico. Er wordt dagelijks een astronomisch aantal fouten gemaakt waar het Mexico betreft, en dan met name in de Amerikaanse media. Aangezien Associated Press het grootste persbureau ter wereld is en veel Europese journalistieke media berichten van AP overnemen, komen die fouten uiteindelijk ook bij ons terecht. Maar niet alleen AP gaat consequent in de fout, ook zeer gerespecteerde Amerikaanse kranten als The New York Times, Los Angeles Times, Miami Herald en Washington Post kunnen er wat van.

Waarom mijn eenzijdige focus op de Amerikaanse media? Simpel: het beeld van Mexico in de wereld is goeddeels gebaseerd op wat het Westen door de VS voorgeschoteld krijgt. Mexico is één van de landen in het Westelijk halfrond met de meeste Amerikaanse correspondenten. Bloomberg, Associated Press, New York Times, CNN – allemaal hebben ze een kantoor in Mexico Stad. En dan heb ik het niet eens over de honderden solo-correspondenten en freelancers, verspreid over het hele land. Hollywood heeft met vele honderden films door de decennia heen die direct dan wel indirect over Mexico gaan in de populaire cultuur een enorme invloed op de wijze waarop de (Westerse) wereld over dit land denkt.

Kolossale fouten

Via Twitter een paar opmerkingen die ik tijdens gesprekken met mede-gebruikers van het medium over Mexico te horen heb gekregen:

“Me jonge hoe zit het met je beveiliging , in dat soort landen moet je voor je iets zegt , wel rekening houden met vriendin.”

“Is het wel veilig overigens? Zag laatst docu over Mexico City en ik dacht: nou, dat is negatief reisadvies.”

“Over Mexico durf ik niks te zeggen. Neem aan dat ze je daar gewoon omleggen als je verkeerd naar ze kijkt?”

“Maar Mexico is eng”

Die uitspraken komen van mensen die niet in Mexico wonen en die hier niet of weinig zijn geweest. Hun mening is gebaseerd op wat ze lezen op internet, in de krant en tijdschriften en/of zien op televisie (of soms zelfs horen op de radio). Hun mening is dus legitiem en gebaseerd op de kennis die ze hebben. Dat die kennis in grondslag niet klopt, onvolledig is of uit de context getrokken, is niet hun verantwoordelijkheid, maar die van de producenten van de mediale producten die zij consumeren.

En de Amerikaanse media zijn, als belangrijkste producenten van mediale producten over Mexico, hoofdverantwoordelijk voor wat er internationaal over Mexico wordt gedacht. Keer op keer maken mijn collega’s echter weer kolossale fouten. Ik heb ze hieronder even in drie categorieën ingedeeld.

FOUT ÉÉN: Eenzijdige focus op (on)veiligheid

Vrijwel alle Amerikaanse media hebben op een willekeurige dag uitsluitend negatief nieuws over Mexico, het gros van het nieuws gerelateerd aan de drugsoorlog. Het beeld dat de lezers daardoor van Mexico krijgen, is dat van een land in totale oorlog, waar je geen stap kunt verzetten of je loopt de kans ‘omgelegd’ te worden. Daar heb ik in voorgaande blogs al regelmatig aandacht aan besteed, dus veel meer hoef ik er hier niet aan toe te voegen. Wel een voorbeeld uiteraard.

PanicNeem de feed van de New York Times (categorie ‘Americas’) van de afgelopen week. In zeven dagen werden 24 artikelen gepubliceerd over Mexico. Geen enkele daarvan kan worden aangemerkt als ‘goed nieuws’ (tenzij je als dierenvriend dat ene berichtje over een door een stier gespietste stierenvechter als goed nieuws ziet). 15 artikelen gingen over de drugsoorlog. De rest over een katholiek seksschandaal, mensenrechtenschendingen en de problemen van migranten in Mexico.

En toch woon ik hier al zo’n negen maanden, heb ik me nog nooit echt onveilig gevoeld, ben nooit bedreigd of beroofd. Zelfs in de brandhaarden van de drugsoorlog (met Ciudad Juárez als uitzondering), is het allemaal niet zo verschrikkelijk als de berichtgeving doet geloven. Van mijn vrienden en kennissen is er niet één die direct geweld van de drugdealers of ander gespuis heeft meegemaakt. Mexico Stad heeft een moordcijfer dat lager is dan dat van Washington D.C. of Los Angeles. Degenen die me wel hebben gesproken over geweld dat tegen ze werd gebruikt, waren de mensen die ik speciaal daarom heb opgezocht. Mexico is een land dat veiliger is dan alle Centraal-Amerikaanse buurlanden (Costa Rica en Panama uitgezonderd). Brazilië en Venezuela, twee populaire vakantielanden, zijn vele malen onveiliger dan Mexico. Ooit wel eens iemand horen zeggen ‘Maar Brazilië is eng’ of ‘Venezuela, da’s negatief reisadvies’? Toch is de berichtgeving over die landen van een hele andere aard dan die over Mexico.

Zoals zo vaak zeg ik daarbij: niet dat er hier niets ernstigs gebeurt. Maar de berichtgeving is vrijwel exclusief negatief. En ik kan uit eigen ervaring zeggen dat er in Mexico ook enorm veel goed nieuws te melden is. De verbazingwekkend snel herstellende economie bijvoorbeeld, of de booming kunst- en cultuur in Mexico Stad en andere grote steden, het feit dat Mexico vrijer en democratischer is dan pakweg twintig jaar geleden, de afnemende milieuvervuiling in Mexico Stad, de toenemende religieuze rijkdom, enzovoort.

FOUT TWEE: Het simplificeren van de Mexicaanse werkelijkheid

Zoals zoveel landen wordt Mexico vaak zonder pardon door het buitenland in stukjes gehakt: conservatief en liberaal, stad en platteland. Soms met nog een derde groep erbij. De realiteit is dat Mexico 107 miljoen individuen telt en een enorm aantal verschillende groepen met allemaal hun eigen belangen, ideeën, normen en waarden. Niet alle conservatieven zijn homohaters, niet alle liberalen zijn voor het privatiseren van de nationale olie-industrie, en ga zo maar door.

Voorbeeld: Bekijk dit opiniestuk eens van de zeer gerespecteerde NYT-commentator Thomas Friedman over Mexico. De eminence grise van het New Yorkse correspondentenkorps verdeelt daarin de Mexicanen die ‘worstelen om de toekomst van het land’ in drie groepen: de Neezeggers (reactionairen die iedere vorm van politieke, sociale en economische hervormingen proberen te stoppen om hun eigen macht en rijkdom te kunnen behouden), de Naftaïsten (voorstanders van zulke hervormingen, opkomende nieuwe middenklasse van Mexico) en de Narco’s (de drugdealers).

Dat is wel héél erg simpel gesteld, Friedman! In de eerste plaats is slechts een kleine minderheid van de Mexicanen blij met NAFTA (het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag), waar de VS vooral van hebben geprofiteerd en Mexico nauwelijks baat bij heeft gehad. De term Naftaïsten is dus sowieso al misplaatst (Friedman’s eigen New York Times heeft daar nota bene de nodige aandacht aan besteed). Wat betreft die Neezeggers: er zijn vele tientallen hervormingen gaande in Mexico en niemand is exclusief voor of tegen al die plannen. Multimiljardair Carlos DumbSlim bijvoorbeeld zal ongetwijfeld heel erg blij zijn met NAFTA, zit daarentegen helemaal niet te wachten op anti-monopoliehervormingen, maar zal wel weer een gat in de lucht springen als Pemex (het regeringsmonopolie op de winning van olie) open wordt gesteld voor marktwinning.

En dan de Narco’s. Denkt Friedman nu echt dat die groep in dezelfde categorie als de anderen valt? De drugdealers en hun aanverwanten zijn in de eerste plaats een hele kleine minderheid van de Mexicaanse bevolking, minder groot dan bijvoorbeeld de indiaanse bevolking. Daarbij: 90% van de hervormingen die op dit moment in de koker van de senaat zit, interesseert de drugkartels echt helemaal niets. Het zijn ‘zakenmannen’ die met rust gelaten willen worden en hun drugs willen verhandelen zonder te worden lastiggevallen, maar wat de sociale toekomst van Mexico is, zal ze een zorg zijn. Het slaat mijns inziens nergens op ze in het zelfde hoekje te plaatsen als twee grote sociaal-economische groepen.

En trouwens, deze hele redenering doet me denken aan de vraag die ik vaak van taxichauffeurs krijg: ‘Bent u Canadees of Amerikaans?’, waarop mijn standaard antwoord is: ‘Mag ik nergens anders uit kiezen?’. Met zijn simplistische indeling gaat Friedman voorbij aan het feit dat er nog tientallen, zo niet honderden andere groepen zijn die ‘worstelen om de toekomst van Mexico’. Neem de oorspronkelijke bevolking, die absoluut van de maatschappelijke status quo (discriminatie, geweld, mensenrechtenschendingen tegen indianen, afbrokkelen van hun traditionele cultuur) afwil, maar tegelijkertijd door NAFTA enorm wordt benadeeld. Dat zijn zo’n 10 miljoen mensen, maar die horen er volgens Friedman dus blijkbaar niet bij. Dat ze exponentieel minder politieke en economische macht hebben, wil niet zeggen dat hun worsteling op lokaal niveau (neem Chiapas of Oaxaca) niet minstens even relevant is als die van de zogenaamde Neezeggers of Naftaïsten.

FOUT DRIE: Amerikaanse media zijn lui  en doen hun huiswerk niet

Het meest aperte voorbeeld daarvan is de drug war body count. Algemeen wordt aangenomen dat er ‘22.700′ doden zijn gevallen in de drugsoorlog. Afgezien van het feit dat dat cijfer een paar maanden geleden door de Mexicaanse regering zo maar even is verhoogd van 18.000 naar bovengenoemde cijfer, is het hele idee van die 22.700 doden totaal uit de lucht gegrepen. Voor een goed onderbouwd artikel daarover, klik hier.

LazyWaarom is dat uit de lucht gegrepen? Simpel: als je een dodental wil vaststellen, moet je wel eerst weten waarom die personen zijn omgekomen. De Mexicaanse autoriteiten zijn berucht om hun gebrekkige onderzoeken naar de slachtoffers van executies en schietpartijen. De drugsoorlog is een politieke term, waarin het zowel de Amerikaanse als Mexicaanse overheid erg goed uitkomt een dode om allerlei redenen aan drugsgeweld toe te schrijven. We weten domweg helemaal niet of al die 22.700 doden het slachtoffer van drugsgeweld zijn. Het is dus onmogelijk vast te stellen of dat aantal klopt. Hoeveel moorden zijn er wel of niet geregistreerd, worden wel of niet genoemd? Wat is de toedracht ervan? Niemand die het weet. Toch wordt het cijfer altijd weer even stellig in Amerikaanse media genoemd. Serieus onderzoek wordt er niet naar gedaan, de Amerikaanse media nemen het zonder kanttekeningen over als zoude het de absolute waarheid zijn.

En trouwens, dat hele aantal van 22.700 werd alweer weken geleden noemt door de Mexicaanse overheid. Inmiddels hebben we weer een sloot aan berichten over executies over ons heen gehad. Stel dat het inderdaad allemaal drugsdoden zouden zijn, zou dat aantal inmiddels dan niet een klein beetje gestegen moeten zijn? Toch ligt het cijfer schijnbaar al weken vast op 22.700. Ik ben geen wiskundige, maar iets zegt me dat het cijfer van 22.700 inmiddels wel enigszins achterhaald is.

En dan dit voorbeeld. In de kop zegt AP heel stellig: Mexicaanse dorpelingen vermoorden drie vermoedelijke ontvoerders. Die informatie is geheel gebaseerd op bronnen binnen de Mexicaanse politie, bepaald niet de meest betrouwbare bron in het land. Niemand van AP is ter plaatse even gaan checken of dit wel echt is gebeurd of heeft zelfs maar de moeite genomen een tweede bron uit de regio even te bellen om te vragen wat die dan heeft gehoord.

Het hele artikel is nu niet meer dan hearsay, van Horen Zeggen. Wie zegt dat het hele incident heeft plaatsgevonden? Iemand een dorpeling gesproken? Of een ooggetuige? Wie waren die kidnappers dan? Hebben we überhaupt een lijk of zelfs maar een foto van een lijk gezien? Neuh, denken ze bij AP, de Mexicaanse politie zegt het, dus dan zal het wel goed zijn.

Dit zijn maar enkele voorbeelden, maar ieder dag weer wordt dit soort journalistiek broddelwerk over ons heen gegoten. In de Verenigde Staten en Europa rekenen de nieuwsconsumenten op professioneel en integer journalistiek werk vanuit Mexico, maar blijkbaar hoeven we op de allergrootste producent daarvan, de Amerikaanse media, niet te rekenen. Enkele Amerikaanse collega’s van me hebben al gefrustreerd besloten om alle bovenstaande redenen uit het vak te stappen. Ik zie het allemaal niet direct verbeteren, zeker niet nu de Amerikaanse media dermate in crisis zijn, dat ze wel iets anders aan hun hoofd hebben dan de inhoudelijke kwaliteit van stukken over Mexico.

En dan heb ik het nog niet eens over de manier waarop Mexico in Hollywood wordt afgeschilderd…

2 Comments

Leave a Reply